Interval training: een betere training voor botweefsel

Onderzoeksdoel

Welk soort training brengt het meeste risico op achterbeenbreuken met zich mee bij de training van renpaarden.

Onderzoeksresultaat

Bij het trainen op lage snelheden is er meer risico op bekken- en scheenbeenbreuken. Intervaltraining (met afwisselende periode van harde inspanning en korte rust) is waarschijnlijk een betere optie, omdat trainen op hoge snelheid lang niet zo slecht is als dat eerder gedacht werd. Het stimuleert het bot om te reageren, want bot is een levend weefsel en wordt voortdurend hervormd. High-impact oefeningen stimuleert het bot om zich aan te passen aan de belastingen. Wanneer steeds dezelfde oefening wordt herhaald reageert het bot niet meer. Dit gebeurt bij het trainen op lage snelheid.

Onderzoeksuitvoering

Dertien volbloedtrainers in Engeland namen deel aan het onderzoek van bijna 1200 paarden welke in training waren voor het vlakke baanrennen. Het waren grotendeels 2- en 3-jarige paarden maar ook oudere paarden werden in het onderzoek opgenomen. Van 1998 tot 2000 hielden de trainers dagelijks bij wat voor afstanden de paarden liepen, met welke snelheid zij liepen en de kwaliteit van de bodem. Ook werden eventuele verwondingen bijgehouden. Aan het eind van het onderzoek waren er in totaal 148 botbreuken waaronder 41 bekken- en scheenbeenbreuken.

Bron

K.L.P. Verheyen, DVM, MSc, PhD, MRCVS, van het Royal Veterinary College (RVC) in London

Comments are closed.